Die stomme vlek.
In 2018 werd ik moeder. Een jaar later besloot ik de wijnvlek boven mijn linkeroog niet meer te willen verstoppen onder een dikke laag make-up.
Wijnvlek? Welke wijnvlek? Zóveel make-up (of photoshop) droeg ik dus. Als het even kon, plamuurde ik dat ding alsof ik aan het solliciteren was voor stucadoor en zag je er helemaal niets van. Er ging het ene na het andere TellSell-goedje of groene camouflagespul tegenaan.
Dit is ‘m dus. Ik had maar wat graag mijn vlek zo makkelijk willen wegtoveren als in photoshop, bezocht zelfs het ziekenhuis om dermatografie te proberen, waarbij huidskleurige inkt over de wijnvlek heen werd getatoeëerd. Het werkte niet.
En toen werd ik moeder. “Wat geef ik mijn zoontje mee als hij me elke dag ziet starten met het verstoppen van iets wat bij mij hoort? Als ik elke dag onzeker voor de spiegel sta, camouflagesticks in de aanslag?” Dat moedergevoel en de wens hem te willen opvoeden zonder allerlei verwachtingen of oordelen over het uiterlijk van onszelf of anderen maakte dat ik het langzaamaan redelijk kon accepteren. Natuurlijk had ik ook mindere dagen, maar over het algemeen? Prima. Ook mijn grijze haren en striae konden me weinig meer bezighouden. Ik deelde erover op instagram en werd benaderd door tijdschriften en stichtingen voor interviews.
Door pesterijen in mijn jeugd had ik een hekel aan dat ding. Dagelijks dacht ik: “Die stomme vlek.” Als ik die vlek niet had zou ik nauwelijks make-up dragen, ik vond ‘m echt lelijk. In de periode na de geboorte van mijn zoon ging ik van lelijk naar neutraal. Mooi heb ik ‘m nooit gevonden, maar ik dacht ook niet meer elke dag: “Die stomme vlek.”
Ik probeerde het in plaats daarvan te omarmen. Ik droeg zelfs roodroze kleding, wetende dat dat de vlek alleen maar meer op liet vallen. Als fervent Dungeons & Dragons speler en game master bedacht ik een wereld, inclusief kaart, waar ik met vrienden maandenlang in heb gespeeld. Ik trok de lijnen van mijn wijnvlek over van de foto bovenaan dit artikel en tekende er een wereld in.
So far, so good. Inmiddels zijn we zeven jaar verder en blijkt het allemaal toch wel wat ingewikkelder te liggen dan ik dacht. Blijk ik toch minder stevig in mijn schoenen te staan. Tóch gevoelig voor meningen van anderen en die van mezelf, tóch weer vaker dat beige flesje grijpen en me dan tóch ietsje mooier voelen. Als ik op de foto ga tóch weer een extra laagje. Ik vertelde mezelf (en anderen) smoesjes. “Het is raar als ik op mijn hele gezicht make-up heb en dan ineens daar boven mijn oog niet.” Het is ook wel een beetje flauw om in tijdschriften het evangelie te verkondigen en dan vervolgens zelf afvallige te zijn.
Echt helemaal wegplamuren zoals vroeger doe ik nooit meer, eraan sleutelen in photoshop ook niet. Ik ga gerust een boodschapje doen of bij mensen op bezoek zonder make-up, maar het is er toch weer ingeslopen om, bij bepaalde gelegenheden, op mijn hele gezicht foundation te gebruiken. Om instinctief die vlek te willen verstoppen als ik weet dat ik op de foto ga, of veel (nieuwe) mensen me zullen zien. Tóch weer gebukt te gaan onder dat hardnekkige schoonheidsideaal. Om tóch weer regelmatig te denken: “Die stomme vlek.”

Inmiddels heb ik een tweede zoon, die ik net zo goed dezelfde normen en waarden wil meegeven, maar heb ik nog wel een weg te gaan om ze ook voor te leven. Als ik die vlek, dat stomme ding, met een knip van mijn vingers zou kunnen doen verdwijnen zou ik geen seconde twijfelen.
Mensen hebben altijd de neiging om me ervan te verzekeren dat ze “het niet eens zien” of dat het bij me hoort, me uniek maakt, ze het zelfs mooi vinden. In mijn hoofd gaat er dan een bullshit-alarm af en denk ik: “Dat is makkelijk praten over een ander. Loop er zelfs maar eens je hele leven mee rond.”
Op dit moment vind ik dat ding echt weer even stom, maar vind ik het net zo stom dat ik het weer zo stom vind. Stom, stom, stom. Nog een weg te gaan dus, qua acceptatie, maar bij mij rijzen ook nieuwe vragen: Waarom moet dat? Kan ik deze onzekerheid laten bestaan naast de normen en waarden die ik wil meegeven aan mijn kinderen? Kan ik die onzekerheid, als ze wat ouder zijn, uitleggen in het kader van schoonheidsidealen, in het kader van mijn pestverleden? En zal het feit dat ik dan tóch voor de spiegel dat stukje van mezelf sta te verstoppen ervoor zorgen dat ik alles wat ik zeg weer onderuitschop met wat ik doe?
De antwoorden op deze vragen heb ik nog niet, misschien vind ik ze wel nooit. En toch hoop ik mijn kinderen, vanuit mijn verstopplek, mee te geven dat ze zichzelf nooit hoeven te verstoppen. Dat ze dat ook niet van anderen moeten verwachten.
Do as I say, not as I do.
I hope to find the courage to join you.









Zo goed dat je dit deelt! Onzeker zijn mag óók, dat is iets waar ik zelf ook steeds meer achterkom. Het gaat met golven lalala, maar wel waar. Topvrouw!
Ik deel maar even iets wat ook tegen mij gezegd is over dingen die ik moeilijk vind: het mag er allemaal zijn. Ja je vindt t stom en je zou ervan af willen maar het hoort ook bij je en je kunt niet alles in het leven gladstrijken. Dat hoeft ook niet. Soms ben je blij met jezelf en soms baal je en dat is allemaal okay. Ik denk als je dat aan je zoontjes overbrengt ze het leven ook meer gaan zien als een combinatie van leuke en moeilijke dingen.